Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

gorączka in Dutch:

1. de koorts de koorts



Dutch word "gorączka"(de koorts) occurs in sets:

Gezondheid in Nederland.
Choroby, dolegliwości
Lekcja 29-30

2. koorts koorts


Ik heb koorts.
Hebt u koorts en keelpijn?
Je hebt een klein beetje koorts vandaag, is het niet?
Hebt ge uw koorts genomen met een thermometer in de mond?
Ik voel dat de koorts aan het komen is.
Je hebt geen koorts.
Ik heb een beetje koorts.
Heeft hij nog altijd koorts?
Tom ligt in bed met koorts.
Dit deed de koorts verdwijnen.
Dit verloste hem van de koorts.
Heeft ze nog koorts?