Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

wybierać in Dutch:

1. kiezen kiezen


U kunt kiezen welke je wilt.
Ik kan niet kiezen welke jurk ik zal kopen.
Dichters kiezen de beste woorden.
Wie moet, heeft niet te kiezen.
In de keuzelijst kan je een thema/categorie kiezen en daarna verschijnt een lijst met zinnen die verband houden met dat thema, die categorie.
Wie zal ik kiezen?

Dutch word "wybierać"(kiezen) occurs in sets:

500 czasowników po niderlandzku 251 - 300
LES 4 Oefeningen - woordenschat part 1
czasowniki pl - nd

2. kies kies


Kies gewoon drie boeken uit, maakt niet uit welke.
Kies.

Dutch word "wybierać"(kies) occurs in sets:

Sprawy urzędowe