Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

sprzęt in Dutch:

1. uitrusting



2. pakken


ik pak, jij pakt, wij pakken. Ik pakte. Jullie pakten. Ik heb gepakt
Laten we een bus pakken.
Neem me niet kwalijk maar kunt u voor mij de suiker pakken?

3. de uitrusting



Dutch word "sprzęt"(de uitrusting) occurs in sets:

1000 rzeczowników po niderlandzku 501 - 550

4. toestel


Dit toestel kan 60 pagina's per minuut printen.

Dutch word "sprzęt"(toestel) occurs in sets:

mondeling deel 6