Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

pościel in Dutch:

1. het beddengoed het beddengoed



Dutch word "pościel"(het beddengoed) occurs in sets:

Pomieszczenia w mieszkaniu

2. beddengoed beddengoed


Ons blauwe beddengoed hoeft niet gestreken te worden en is heel lekker zacht; je verheugt je er 's avonds altijd al op om naar bed te gaan!

Dutch word "pościel"(beddengoed) occurs in sets:

słówka zo gezegd 1 i 2

3. lakens lakens


De lakens hang ik zelf op, zei de buurvrouw. "Die zijn wel erg zwaar."

Dutch word "pościel"(lakens) occurs in sets:

kurs poziom 1