Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

osioł in Dutch:

1. ezel ezel


De ezel verwijt de ezel dat hij dom is.
Het was een grote vuilcontainer, zei Dima, "en er was een heleboel eten, dus... het was niet direct oncomfortabel. Maar ja, het stonk wel nog erger dan het achterste van een ezel."
Koppig als een ezel.

Dutch word "osioł"(ezel) occurs in sets:

frazeologia i paremiologia
VAN DALE ziemia i natura