Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

ilość in Dutch:

1. hoeveelheid


Kwaliteit is belangrijker dan hoeveelheid.
Het is niet de hoeveelheid, maar de kwaliteit die telt.
De hoeveelheid papier die een land produceert, is sterk verbonden met zijn culturele normen.
Men zegt dat Amerikanen de hoeveelheid geld die iemand verdient beschouwen als een maatstaf van wat hij kan.

2. bedrag


Dit bedrag is inclusief belasting.

Dutch word "ilość"(bedrag) occurs in sets:

Les 11 Les 34