Polish Dutch Dictionary

język polski - Nederlands, Vlaams

alkohol in Dutch:

1. alcohol alcohol


Dit bier bevat 5% alcohol.
Alcohol heeft zijn lichaam zwaar aangetast.
Hij drinkt nooit alcohol.
Ik heb liever koekjes of snoep dan alcohol, maar ik drink wel.
Uit het rapport bleek dat veel tieners verslaafd zijn aan alcohol.
De gebruikte methoden om stress te verwerken zijn verschillend van man tot vrouw: mannen zoeken hun toevlucht hoofdzakelijk in alcohol, terwijl vrouwen hun stress verwerken door te chatten.

2. de alcohol de alcohol



3. de slijter de slijter



Dutch word "alkohol"(de slijter) occurs in sets:

jedzenie, zakupy