French Dutch Dictionary

Français - Nederlands, Vlaams

capacité in Dutch:

1. vermogen


Als een waterkoker een laag vermogen heeft, betekent dat niet dat hij zuinig is, alleen dat het langer duurt voor je theewater kookt.
Hij liet zijn vermogen aan zijn zoon.

2. capaciteit


Hoe berekent men de capaciteit van een condensator?
In dit verslag wordt de capaciteit van de hal overdreven.