French Dutch Dictionary

Français - Nederlands, Vlaams

Mardi in Dutch:

1. dinsdag dinsdag


Heb je dinsdag tijd?
Vandaag is het dinsdag. Ik ben vissen aan het kopen.
Dinsdag was het immers koud.
Het is aan het regenen sinds dinsdag.

Dutch word "Mardi"(dinsdag) occurs in sets:

frans hfdst 2 voca f nl fr
alle woorden in het boekie
Vocabulaire A (Ne - Fa)
je mappel frikandel