English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

hear in Dutch:

1. horen horen


hij had op tijd horen te zijn
Er bestaan verschillende manieren om dingen uit te drukken die men van horen zeggen heeft.
Omdat licht sneller reist dan geluid zien we de bliksem voordat we de donder horen.
Kan je mij horen?
bij elkaar horen; hij hoort bij familie; het hoort niet!
Luisteraars achteraan horen de piano niet goed.
Ik was blij haar stem te horen, maar haar eerste zin was: "Ik dacht al dat ge mij vergeten waart."
Hebt ge haar al horen zingen op een podium?
Gisternacht heb ik honden horen huilen.
Zo te horen hebben jullie het wel naar je zin gehad op de kermis.
Hij heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.
Je stem is op geen enkele manier te horen, gebruik a.u.b. een mikrofoon.
Ik wil niets meer horen van je geklaag.
Een compliment is een klein bericht om uit te spreken, maar groots om te horen.
Je hoeft niet te loeien. Ik kan je zo ook wel horen.

Dutch word "hear"(horen) occurs in sets:

Most common Dutch words 301 - 350
11. Present Simple

2. hoor


Ik hoor iets.
In de verte hoor ik het geluid van zacht ruisende wegen.
Wanneer ik dit lied hoor, denk ik aan jou en mis ik je.
Dat hoor ik graag.
Ik hoor dat Latijnse muziek furore maakt in de muziekindustrie dit jaar.
Hoor je dat echt zo te doen?
Wat ik graag hoor is haar manier van spreken.
Hou het wisselgeld maar, hoor, chauffeur.
Ja hoor, daar heb je hem weer met zijn dierenmishandeling. Hij kan het ook nooit eens ergens anders over hebben.
Wat hoor je het liefst, rockmuziek of klassieke muziek?
In het midden is het ijs mooi donker en glad, maar langs de rand van de wetering ligt bomijs. Als je daarop gaat staan, breekt het en hoor je een boel lawaai.
Wat muziek betreft, welke soort muziek hoor jij graag?
Ik loop even naar de brievenbus om een brief te posten, hoor. Tot zo.
Luider graag, ik hoor niet goed.
In de verte hoor ik de muezzin de gelovigen oproepen voor het gebed.