English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

back in Dutch:

1. terug terug


Kom snel terug.
Hallo, ik ben er even niet. Laat een boodschap achter of bel later terug. Bedankt.
Het is beter terug te keren, dan te verdwalen.
Moest iemand me bellen tijdens mijn afwezigheid, zeg hem dan dat ik snel weer terug zal zijn.
Hij kwam niet terug vanwege heimwee, maar omdat hij bijna door zijn geld was.
Liefde heeft ontegensprekelijk vleugels om weg te vliegen van de liefde, maar even ontegensprekelijk is het dat ze ook vleugels heeft om terug te vliegen.
Kom morgennamiddag terug, dan zal ik meer tijd hebben om met u te spreken.
Toen hij terug bij kwam, lag hij in het park.
Vorig jaar kwam ik terug thuis en was ik verrast, dat het dorp en de mensen helemaal veranderd waren.
Spijtig, mijn baas slaapt nu. Kom morgen terug alstublieft.
En zo raakte Pandark verloren in zijn kamer en zag men hem nooit meer terug. Sommigen zeiden dat hij van honger omkwam, anderen zeiden dat hij nog steeds ronddwaalt op zoek naar zijn CD's.
De Alpinisten volbrachten de beklimming, maar ze keerden niet veilig terug.
Wat een kinderen! Je stuurt ze weg om snoepjes, en ze komen terug met een hond!
Slapen vrienden met hun vrienden en vermoorden ze daarna? vroeg Dima terug.
Elke keer als ik dat liedje hoor denk ik aan terug aan de dagen in het middelbare onderwijs.

Dutch word "back"(terug) occurs in sets:

De populairste Engelse woorden 51 - 100
2000 Most Used Dutch Words (1/2)
Werkwoorden op frekwentie
Vocablist 30/8/20